Corestability bij wielrenners is achterhaald

Corestability trainen onder wielrenners is een hype. Inmiddels is bij iedere (professionele) wielrenner wel bekend dat een sterke romp vele voordelen heeft en je prestaties op de fiets verbetert. Om Jezelf goed voor te bereiden op het nieuwe fietsseizoen is dus meer nodig dan alleen kilometers maken op de fiets. Extra krachttraining en corestability zijn trainingsvormen die langzamerhand een onderdeel uitmaken van het trainingsprogramma van veel wielrenners.

Corestability is achterhaald

Wat verstaan we nu eigenlijk onder corestability? In de literatuur is geen eenduidige definitie terug te vinden en mede daarom ook geen onderzoeksgegevens die aantonen wat de effecten zijn van deze trainingsvorm. Maar in de praktijk worden er wel oefeningen gedefinieerd als corestability. Dit zijn veelal oefeningen waarbij de romp statisch gestabiliseerd wordt en er kracht en uithouding gevraagd wordt bij het uitvoeren en lang volhouden van de oefening (bijvoorbeeld planking). Maar heeft een wielrenner dit soort trainingen nodig om zijn fietsprestaties te verbeteren? Het antwoord is nee, corestability bij wielrenners is achterhaald.

Optimale aansturing ipv corestability

Een wielrenner zit lang op de fiets waarbij er veel verschillende houdingen worden aangenomen, rijden in een peloton, anticiperen op de stuurmanskunst van mensen die bij je in de buurt fietsen, versnellen uit een bocht, met wind mee of wind tegen fietsen, korte klimmetjes etc. Een wielrenner moet over een goede aansturing van het lichaam beschikken om zijn/haar fietspositie effectief en lang vol te kunnen houden, d.w.z. een breed spectrum aan motorische vaardigheden. Het gevolg van een eenzijdige motoriek is dat je sneller vermoeid raakt, sneller geblesseerd raakt en minder presteert. Met corestability werk je niet aan motorische veelzijdigheid, maar aan een vaardigheid waarbij statische kracht getraind wordt. Voor een wielrenner is het dus belangrijk om het lichaam optimaal te kunnen aansturen en te beschikken over motorische veelzijdigheid.

Trainen van bewegingscontrole

We leren bewegingen aan met ons brein. Bij het trainen van stabiliteit en bewegingscontrole heeft het motorisch leervermogen vanuit het brein een essentiële rol. De oefeningen moeten het gevoel geven dat het brein harder moet werken dan de spieren. Dit noemen we cognitief trainen. Cognitief trainen werkt twee ledig: vanuit onze motorische hersenschors sturen we bewust spieren aan en andersom wordt dit onderdeel van onze hersenen weer gevoed door informatie die uit de spieren en gewrichten komt. Juist door deze informatie vanuit de extremiteiten naar de hersenen (stijgende banen) leren we anticiperen op evenwichtsveranderingen en de invloed van interne en externe krachten op ons lichaam. Bij het trainen van bewegingscontrole ligt de focus dus op motorisch leren. Zowel op laagbelast niveau (bv houdingsoefeningen) als ook op hoogbelast niveau waarbij vermoeidheid optreedt.

Hoe verbeter je motorische vaardigheden?

Voor jonge wielrenners is het verstandig om verschillende facetten van de wielersport (bmx, mountainbiken, cross etc) te beoefenen en andere sporten te doen om motorische veelzijdigheid in de jeugdjaren te bevorderen. Volwassenen kunnen met gerichte oefeningen werken aan stabiliteit en een goede aansturing van het lichaam. Top Performance Delta heeft zich de laatste jaren gespecialiseerd in het ontwikkelen van fysieke programma’s die gericht zijn op blessurepreventie en prestatieverbetering voor wielrenners. Wil je zeker zijn van succes en verbetering creëren in een korte tijd, kies dan voor een PPT Sport. Dit traject bestaat uit gedetailleerd testen van de motoriek om vervolgens met intelligente oefeningen de verbeterslag te kunnen maken.

Door Senior Performance Specialist Jeannette Hoftijzer