Sportprestaties nemen af na je 50ste levensjaar

Ook een topsporter ervaart het naar mate hij of zij ouder wordt …

Records bij hardlopen, zwemmen, wielrennen en gewichtheffen geven aan dat we lichamelijk op ons best zijn tussen de 20 en 35 jaar. Vanaf onze 30ste -35ste jaar nemen de prestaties in deze sporten over het algemeen af.

Aan de andere kant zien wel afgelopen 30 jaar het aantal mannen en vrouwen boven de 50 jaar dat zich regelmatig inspant of aan wedstrijden deelneemt sterk toenemen. Het prestatieniveau van veel oudere sporters kan uitzonderlijk goed zijn. Hoewel ze veel meer kracht en uithoudingsvermogen hebben dan ongetrainde personen van vergelijkbare leeftijd, laten zelfs getrainde oudere een afname in prestatie zien na hun 40ste levensjaar. Hoe komt dit? Wij geven je hieronder een aantal oorzaken.

 

Hoe komt dat?

 

Lichaamsgrootte, -gewicht en -samenstelling spelen een rol

Als we ouder worden nemen we in lengte af en in gewicht toe. De afname van lengte begint over het algemeen tussen 35 en 40 jaar. Dit komt voornamelijk door compressie van de tussenwervelschijven en door een slechte houding op jonge leeftijd.

 

Verlies van botmassa

Tussen je 40ste en 50ste levensjaar (bij vrouwen) en 50ste en 60ste (bij mannen) wordt osteoporose een veel voorkomende aandoening. Osteoporose wijst op een ernstig verlies aan botmassa met verslechtering van microscopische bouw van bot. Dit leidt tot een verhoogde kans op botbreuken.

 

Belang van gezonde voeding

Slechte voedings- en bewegingsgewoonten leveren bij zowel mannen als vrouwen ook een bijdrage. Tussen de 25 en 45 jaar treedt er toename van gewicht op, voornamelijk door te veel eten en een afname in het niveau van lichamelijke activiteit. Na het 45ste levensjaar stabiliseert het lichaamsgewicht zich meestal 10 tot 15 jaar, waarna het afneemt als het lichaam bot calcium en spiermassa verliest. Veel personen boven de 65-70 jaar verliezen hun eetlust en nemen niet voldoende energie in om het lichaamsgewicht te handhaven. Een actieve leefstijl helpt de eetlust beter te reguleren, zodat de energie inname beter overeenkomt met het energie verbruik.

Naarmate we ouder worden (na je 20ste levensjaar) neemt onze vetmassa toe. Dit is voornamelijk het gevolg van 3 factoren: voeding, verminderde lichamelijk activiteit en de afgenomen mogelijkheid om vetvoorraden aan te spreken.

 

Wat moet je nu onthouden?

  • Het lichaamsgewicht neemt toe met het ouder worden, terwijl de lichaamslengte afneemt.
  • De hoeveelheid lichaamsvet neemt toe met het ouder worden. Dit komt voornamelijk door een toegenomen inname van voedsel. Een afgenomen lichamelijke activiteit en een afname in de mogelijkheden om vetvoorraden aan te spreken
  • Boven de leeftijd van 45 jaar neemt de vetvrije massa af, voornamelijk door een vermindering in spier- en botmassa. Beide zijn in ieder geval deels het gevolg van afgenmone lichamelijk inactiviteit.
  • Bij veroudering neemt het blessurerisico door inspanning toe, en opgelopen blessures helen langzamer.

 

Bewegen is het medicijn

  • Training kan helpen de veranderingen in lichaamssamenstelling te vertragen, zelfs bij personen van 80 en 90 jaar oud.
  • Ouderen blijken dezelfde relatieve voordelen te hebben van lichamelijke training als volwassenen van jongere en middelbare leeftijd.
  • Het blijkt dat veroudering de mogelijkheden het vergroten van de spierkracht niet belemmert. Individuele spiervezels kunnen in omvang toenemen (spierballen kunnen dus nog steeds gevormd worden).
  • Een actieve levensstijl blijkt samen te gaan met een kleine toename in levensduur. Minstens zo belangrijk is dat een actieve leefstijl leidt tot een hogere kwaliteit van leven.

 

Blijf vooral in beweging ongeacht je leeftijd want beweging is een medicijn!